Decentralisatie: Het verhaal achter de cijfers


Warning: Trying to access array offset on value of type bool in /www/wp-content/themes/ervaringwijzer/templates/content-single-blogs.php on line 35

Door Rineke van Houten

Vereniging Nederlandse Gemeenten

Decentralisatie van het sociaal domein vraagt van gemeenten een ander type proces en gesprek. Cijfers zijn niet zaligmakend. Hoe pakt Utrecht dat aan?

Victor Everhardt was ruim zes jaar (D66-)wethouder in Utrecht toen in 2017 de documentaire Alicia werd uitgezonden. Over een meisje dat 1 jaar is als ze uit huis wordt geplaatst en via een pleeggezin in een kindertehuis belandt. Daar zit ze op haar negende nog, jaar na jaar vergeefs hopend op een nieuw pleeggezin.

De hartverscheurende beelden schokten Nederland en staan in het geheugen van Everhardt gegrift. ‘Heel indrukwekkend’, vindt hij nog steeds. ‘Een kind dat terug wil naar haar moeder maar er steeds verder vanaf raakt. Ook professionals vroegen zich af: dit kan toch nooit de bedoeling zijn?’

Utrechts model binnen de decentralisatie

Om de Alicia’s binnen de gemeentegrenzen te helpen, had Utrecht al vóór de decentralisatie in 2015 stappen gezet die zouden leiden tot een nieuwe methodiek: het Utrechts model. Het doel: hulp en zorg dicht bij huis, snel beschikbaar, minder versnipperd, meer preventie en minder zware zorg. Voor de basiszorg werden laagdrempelige buurtteams in het leven geroepen, die samenwerken met scholen, consultatiebureaus, politie en andere partijen. De teams bestaan uit generalisten die aansluiten bij wat iemand kan en wil en de inzet van buren, familie en vrienden stimuleren.

Ook aanvullende jeugdzorg is inmiddels veel dichter bij de wijk georganiseerd, met buurtteams ‘als spil van vernieuwing’. Of het model werkt, leidt Utrecht niet alleen uit de cijfers af. Monitoring en sturing gebeuren ook op basis van onder meer ervaringen van cliënten en professionals, werkbezoeken, praktijkverhalen en raadsinformatiebijeenkomsten.

‘Cijfers in het sociaal domein zijn zeker niet zaligmakend’, zegt Everhardt. ‘Als je monitoring niet duidt, blijft het betekenisloos. Wie wil weten wat de oorzaken zijn van dalingen en stijgingen en hoe alle inzet uitpakt voor de inwoners, heeft een ander type proces en gesprek nodig. Wij voeren de dialoog om goed te kunnen sturen. We zitten met de partners om de tafel: wat zien jullie, klopt dat?’

“We hebben partijen uitgedaagd ons te helpen om de Alicia’s thuis te laten wonen”

Smileys

Dankzij de decentralisatie leidt de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet en de Participatiewet bij lokaal bestuurders tot grote behoefte aan sturingsinformatie. Wat betekent de stijging van de jeugdhulp precies? Hoe weet je of een dagbesteding bijdraagt aan vermindering van eenzaamheid? Wat is het verhaal achter de cijfers?

Om te weten hoe burgers de zorg en ondersteuning ervaren, heeft de gemeente Utrecht in samenwerking met de VNG en zorgaanbieders een Ervaringwijzer ontwikkeld: een eenvoudige online applicatie waarmee cliënten anoniem en laagdrempelig vragen kunnen beantwoorden door het aanklikken van smileys in overlopende kleuren van rood naar groen. Veel rode smileys bij een bepaalde vraag? Dat hoeft niet per se te wijzen op een slechte interventie, legt Everhardt uit. ‘Het kan ook zijn dat er meer van de cliënt wordt gevraagd om het doel te bereiken. Dat zoeken we vervolgens uit.’

Data science

Een ander hulpmiddel is de ‘data science’, waarmee de gemeente bijvoorbeeld klantreizen van jeugdhulpgebruikers precies kan volgen: wanneer zitten jongeren waarin een instelling en is andere ondersteuning mogelijk? De uitkomsten van beide instrumenten worden gebruikt voor het gesprek tussen gemeente en zorgaanbieders en voor de verantwoording naar de gemeenteraad en het ministerie. Everhardt: ‘Het doel is leren en daarvoor gaan we in gesprek. De zorgaanbieders zien de resultaten voor hun organisatie, wij zien de resultaten op het niveau van het stelsel of de aanbieder.’

Kun je wel samen met aanbieders monitoren als je ook een opdrachtrelatie hebt? Utrecht stuurt op ‘waarde en vertrouwen’, legt Everhardt uit. ‘We hanteren daarbij het principe dat elke partij haar verantwoordelijkheid moet nemen. De gemeente is rolvast en voorspelbaar, en transparant. Men weet dus wat men van ons kan verwachten. We komen langs met een setje data en nemen de maat. Als je het alleen over de financiën hebt, krijg je geen verbetering.’
Op dit moment is Utrecht met twee zorgaanbieders voor aanvullende jeugdzorg bezig om voor negen jaar een verbintenis aan te gaan, met tussentijdse evaluaties. ‘We hebben partijen uitgedaagd ons te helpen om de Alicia’s thuis te laten wonen, dat is de kerngedachte.’

Verder lezen? Het hele artikel vind je hier

Samen wijzer worden?

Contact opnemen